Namibië

Reis van Joanne door Namibië

15min. leestijd

Vandaag is het zover, ik ga naar Namibië! Vanuit het vliegtuig zie ik grote, lege, rode vlaktes liggen en dan is daar opeens Windhoek.

Na de douane gaat de bagagecollectie en het ophalen van de auto snel. Op het vliegveld koopt mijn reisgenoot een lokale sim kaart zodat we kunnen bellen of het internet op kunnen wanneer nodig.
We slapen in de wijk Klein Windhoek in het gezellige ‘family run’ Maison Ambre Guesthouse. ’s Avonds gaan we eten bij Joe’s Beerhouse, volgens mijn reisgenoot het beste restaurant in Namibië. Het ziet er erg gezellig uit met picknicktafels, veel versieringen met oude boerderijspullen en opgezette dieren. En het eten is ook lekker!

De volgende ochtend gaan we even langs bij de Christ Church in het centrum van Windhoek voor een foto. Hierna laten we bij een tankstation de bandenspanning aanpassen voor gravelwegen en gaan op weg richting de Sossusvlei.
Het eerste stuk gaat nog over een goede asfaltweg, daarna worden het gravelwegen. Onderweg komen we weinig verkeer tegen, we rijden hele stukken door de ‘middle of nowhere’ en zien het landschap steeds kaler worden. De tip is om het midden van de gravelweg aan te houden en niet te veel naar de zijkant te gaan. Daar liggen scherpere stenen en als er wat gebeurt, heb je weinig mogelijkheid meer om te herstellen voor je van de weg afraakt. Op een gegeven moment wordt het landschap wat rotsachtiger en bergachtig, mooi! Onderweg zien we veel bavianen, wrattenzwijnen, grondeekhoorntjes, mangoesten en op het laatst oryxen. Prachtige dieren met die grote hoorns!

De lodge ligt midden op een open vlakte met bergen eromheen, dit zorgt voor een mooi uitzicht; vooral met de verkleurende lucht na zonsondergang.
’s Ochtends staan we vroeg op om naar de Sossusvlei te gaan. Het wordt net licht als we om 06.30 uur arriveren bij het Namib Naukluft Park en dan opent het park. Ons is aangeraden eerst naar Deadvlei te gaan, om de ergste drukte voor te zijn en vanwege de warmte. Gelukkig ligt er in het park een asfaltweg dus dat gaat vlot met prachtige uitzichten! De zandduinen hebben bij zonsopkomst zon op de éne, en schaduw op de andere kant. 
Bij de parkeerplaats aan het einde van de weg nemen we de 4×4 shuttle naar Deadvlei. Vanaf het punt waar deze je dropt is het ruim een kilometer lopen over kleine zandduinen. Fijn om dat te doen op het koelste moment van de dag. Als je over de laatste duin heen bent zie je de Deadvlei liggen. Dit is ooit een meer geweest wat is drooggevallen. De grond is wit uitgeslagen met dode bomen erin, een mooi contrast met de rode zandduinen! Als je wilt kan je de hoogste zandduin ernaast, ‘Big Daddy’, beklimmen. Vervolgens pak je de shuttle weer die je bij Sossusvlei dropt om wat foto’s te maken van de duinen en daarna ga je per 4x4 terug naar de parkeerplaats.
Op de terugweg met de auto maken we een stop bij ‘Dune 45’ voor foto’s, ook deze kun je beklimmen maar dat is best pittig in de warmte van de woestijn.

Terug bij de lodge neem ik een verkoelende duik het zwembad en geniet in de schaduw van het uitzicht en de stilte. Dat kennen wij zo echt niet in Nederland! ’s Avonds hebben we een braai diner, hier kun je o.a. oryx proeven, best lekker moet ik bekennen.

De volgende bestemming is Swakopmund. We rijden weer door uitgestrekte, lege landschappen en zien af en toe zebra’s, oryxen en een struisvogel. Hoe dichter je bij de kust komt, hoe vlakker en zanderig het wordt. Hier is echt geen leven te bekennen! Het laatste stuk is weer een asfaltweg, erg fijn na al het gehobbel op gravelwegen.
Aan de kust kun je even in Walvisbaai stoppen, een industriestadje waar flamingo’s te zien zijn. De weg langs de kust naar Swakopmund is omgeven door zandduinen. Swakopmund is een toeristenplaatsje met veel Duitse invloeden. Ons hotel Pension Rapmund ligt centraal, tussen de hoofdstraat en het brede strand. ‘s Avonds eten we in restaurant Tiger Reef aan zee; een leuke strandtent!

Een aanrader tijdens je verblijf is de Living Desert tour. We gaan per 4×4 de woestijn in waar onze gepassioneerde gids de ‘little 5‘ dieren van de woestijn zoekt. We zien een endemische gecko, slang, spin, haas en hagedissen. Vooral de gecko is een erg mooi beestje, ze graven overdag een tunnel onder het zand en zijn ’s nachts actief.
In de woestijn hier is vrij veel leven omdat er elke ochtend zeemist is. Met de wind worden zaden aangevoerd, deze worden gegeten door kevers, welke weer eitjes leggen die uitgroeien tot larven. Dit is het voedsel voor bijvoorbeeld de gecko en de hagedissen, die op hun beurt weer worden opgegeten door slangen. De ‘Circle of life’, interessant!
Desert Met de 4×4 rijd je tussen de zandduinen door. Je kunt onderweg ook zelf een duin beklimmen en foto’s maken van het uitzicht.
Na de tour lunchen we bij een Duitse bakkerij in het centrum en lopen nog even rond door het centrum, je kunt hier uitgebreid winkelen als je wilt. Op aanraden van ons hotel eten we ’s avonds bij TUG restaurant, in een oude boot bij de jetty.

Onderweg naar Twyfelfontein hebben we een kleine de-tour naar Cape Cross gemaakt voor de zeehondenkolonie. Wat een stank en rumoerigheid, maar leuk om te zien. De honderden zeehonden liggen overal, ook onder de gemaakte walkway, dus je ziet ze van dichtbij. Hierna vervolg je de weg naar Uis. Deze weg is helemaal van gravel met veel zand en stenen dus harder dan 60 ga je niet. Het eerste stuk is alleen maar omgeven door lege zandvlaktes en in de verte zie je de Brandberg. Na Uis wordt het landschap wat afwisselender en groener.
Bij Twyfelfontein zien we een kudde van zo’n tien woestijnolifanten in een droge rivierbedding langs de weg, wat een geluk!
Natuurlijk brengen we de volgende dag een bezoek aan de rotsschilderingen, Burnt Rock en Organ Pipes.
Met de rotsschilderingen lieten de bushmen zien welke dieren er in de omgeving waren, o.a. neushoorns, oryx, gazelles, zebra’s, jakhalzen en giraffen. De meeste dieren zijn hier nu niet meer omdat het gebied te droog is geworden.

De volgende bestemming is Etosha National Park, de rit hierheen gaat grotendeels over asfaltwegen. Bij de waterholes in het park zie je de meeste dieren! Wij hebben veel springbokken, impala’s, zebra’s, kudu’s, olifanten, giraffes en gnoes gezien.                                     

Hierna gaan we door richting Waterberg over asfaltweg, behalve het laatste stukje het park in. De Waterberg zie je al lang van te voren opdoemen, indrukwekkend met het rotsenplateau. Bij Waterberg Resort-Bernabe de la Bat aangekomen zie en hoor je rond je bungalow veel vogels. De volgende ochtend staat de gamedrive naar het Waterberg plateau op het programma! We zien de zon opkomen, wat een mooie gloed geeft op de Waterberg. Onderweg naar boven heb je prachtig uitzicht over de vlaktes en de bergrand. Op het plateau komen we vooral giraffenen verschillende soorten antilopen tegen, waaronder sabelantilopen. Je stopt bij waterholes waar je door een gang naar een uitzichtpunt loopt, dit om de dieren zo min mogelijk te storen die er komen drinken. Mooi om de dieren, waaronder buffels, te zien komen en gaan!

Hiermee eindigt mijn reis, ik ben blij dat ik Namibië nu met eigen ogen gezien en ervaren heb. Als Nederlander stond ik versteld van de weidse, lege en droge vlaktes. Vooral de mooie landschappen van Sossusvlei en Waterberg, en het spotten van wildlife blijven mij bij!

01 05