Sri Lanka

Weidse uitzichten & Dichte Jungles

15min. leestijd

Vertrek vanuit Düsseldorf naar Colombo

Vandaag vertrekken we vanuit Amsterdam. Na een rit van 2,5 uur arriveren we bij Park&Fly Düsseldorf, waar we de komende 13 dagen een parkeerplaats hebben gereserveerd. Het shuttlebusje staat al voor ons klaar en nadat we de sleutel hebben ingeleverd, worden we naar de luchthaven gebracht. We worden afgezet bij Terminal 2, dit is tevens ook de plek waar we na terugkomst weer worden opgehaald.

We vertrekken om 21.00 uur per Etihad Airways. Het is voor ons de eerste keer dat we met deze maatschappij vliegen, maar de eerste indruk is goed! Voldoende beenruimte, vriendelijk personeel en de vlucht verloopt voorspoedig.  In ca. 6,5 uur vliegen we naar Abu Dhabi, waar we een overstap hebben. Daarna vervolgen we de reis en vliegen we in 4 uur van Abu Dhabi naar Colombo, waar we om 15.30 uur lokale tijd arriveren.

Colombo – Negombo

Na aankomst op de luchthaven van Colombo worden we hartelijk ontvangen door onze chauffeur, Ariy. Hij hangt ons een kleurrijke bloemenkrans om de nek en terwijl hij zijn handen tegen elkaar drukt en een lichte buiging maakt, verwelkomt hij ons met de woorden ‘Ayubowan’, waarmee hij zegt ‘may you have a long life’.

We rijden meteen door naar het hoofdkantoor van de lokale agent in Negombo. We maken kennis en nemen het programma door, waarna Ariy ons naar het Royal Castle hotel brengt. Om 19.00 uur eten we in het hotel en daarna gaan we bijtijds naar bed, morgen moeten we vroeg uit de veren!

Negombo – Pinnawela – Trincomalee

Om 06.30 uur stipt worden we door Ariy opgehaald en rijden we naar het olifantenweeshuis van Pinnawela. De rit er naartoe is prachtig. Het valt ons op hoe ontzettend groen en bebost Sri Lanka is, het stikt er van de palmbomen!

Het olifantenweeshuis van Pinnawela werd in 1975 opgericht en inmiddels leven er zo’n 80 olifanten. Na aankomst kopen we bij de balie een entreebewijs voor 2500 roepie per persoon (100 Rupee is zo’n 50 eurocent). Daarnaast is het mogelijk om voor 350 Rupee per persoon een extra ticket te kopen, zodat je de baby olifanten kunt voeden met een flesje melk. Hoe leuk is dat! Driemaal per dag worden de baby olifanten gevoed (om 09.15 uur, om 13.15 uur en om 17.00 uur) en per dag krijgen ze zo’n 35 flessen melk. Het voeden van de olifanten is een leuke ervaring maar uiteraard zijn we niet de enigen die hierbij willen zijn. De olifanten die wij een flesje mogen geven zijn inmiddels wat ouder, zo’n 6 à 7 jaar.

Na het voeden lopen we richting de May Oya rivier, waar de olifanten om 10.00 uur verzamelen om te baden. We nemen plaats op een terras, vanaf waar we een goed uitzicht hebben over de rivier. Al vrij snel komt de stoet met olifanten voorbij gewandeld, wat een bijzonder gezicht! Ze genieten zichtbaar van hun baddertijd.

We verlaten Pinnawela en rijden verder naar de Oostkust, naar Trincomalee. We overnachten in het Nilaveli Beach hotel dat pal aan het strand ligt. Het is een mooi, breed zandstrand dat we bijna voor onszelf hebben. Even heerlijk relaxen! We kunnen nog net een verfrissende duik nemen? ‘s Avonds eten we heerlijk in het hotel: een goed, uitgebreid barbecuebuffet.

Trincomalee – Polonnaruwa

Na het ontbijt reizen we verder naar Polonnaruwa, dat op ongeveer 4 uur rijden van Trincomalee ligt.

Polonnaruwa is een oude tempelstad en de tweede koningsstad van Sri Lanka (de eerste koningsstad is Anuradhapura) en staat sinds 1982 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Rond de middag arriveren we bij het Archeologisch museum, met alle historische tempels & bezienswaardigheden in schaalmodellen. Ook vondsten van opgravingen zien we hier. Nadat we een entreebewijs hebben gekocht, krijgen we van Ariy een uitgebreide rondleiding. Het is interessant om de tour in het museum te starten, omdat we hier zien hoe de tempels en ruïnes er in originele staat uit zouden hebben gezien. Doordat Ariy toevallig ook een gecertificeerd gids is, mag hij overal mee naar binnen en kan hij ons veel vertellen over de historie van Sri Lanka!

Na de rondleiding gaan we naar de echte historische stad. We bezoeken o.a. de overblijfselen van het Koninklijk Paleis en de De Rankot Vihara, dat met 55 meter de grootste stoepa van Polonnaruwa en de op-drie-na grootste stoepa van Sri Lanka is. Last but not least bezoeken we Gal Vihara , een beroemde rotstempel waar je vier Boeddhabeelden vindt die uit graniet zijn uitgehouwen (een staande Boeddha van 7 meter, twee zittende Boeddha’s en een liggende Boeddha van 14 meter lang).  

Na deze indrukwekkende maar enigszins vermoeiende dag (het was zo’n 35 graden), arriveren we einde middag bij het Sudu Araliya hotel. Je merkt echt dat het laagseizoen is want we zijn vrijwel de enige gasten. ’s Avonds besluiten we een tuk-tuk te pakken en een hapje te gaan eten buiten de deur. We belanden bij Jagafood, het ligt wat afgelegen maar is zeker een aanrader! De vriendelijke en enthousiaste eigenaar Jaga serveert lokale specialiteiten in de vorm van een rijsttafel, we hebben heerlijk gegeten!

 Polonnaruwa –Sigiriya – Kandy

Vandaag vertrekken we om 08.00 uur en rijden we naar Sigiriya Rock (ook wel de Leeuwenrots genoemd). Deze 200 meter hoge rots, die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat, gaan we vandaag beklimmen! Het is een flinke klim van ca. 1200 treden en onderweg komen we indrukwekkende muurschilderingen tegen en wandelen we langs de zogeheten spiegelmuur. Die heeft zijn naam te danken aan het feit dat de rots ooit zo glad was, dat de koning zichzelf in de weerspiegeling kon zien.

Dan komen we bij de welbekende leeuwenpoten terecht. Ariy heeft ons verteld dat het ooit een volledige leeuw is geweest, die de doorgang naar het paleis bewaakte (overblijfselen van dit paleis vind je op de top van de rots). Momenteel zijn enkel nog de poten van de leeuw over, maar alleen die zijn gigantisch en erg indrukwekkend om te zien. Na een korte fotopauze klimmen we stevig door, waarna we de top bereiken. Het uitzicht is fantastisch!

Daarna wandelen we rustig naar beneden waar Ariy ons alweer staat op te wachten. Al met al een uitstapje van zo’n 2 tot 2,5 uur.

De reis gaat verder naar Dambulla, waar we de grottempels gaan bezoeken. Ook ditmaal mag er weer geklommen worden :). De grotten liggen op ca. 150 meter hoogte en in ongeveer 20 minuten wandelen we naar boven. Na aankomst trekken we onze schoenen uit, bedekken onze schouders en bezoeken de vijf grotten. De Maharaja Lena (ook wel Cave of the Great Kings) vinden wij het meest indrukwekkend, dit is tevens ook de grootste.  Je vindt hier 56 gouden Boeddhabeelden, standbeelden van de Koningen, een stoepa en kleurrijke plafondschilderingen.

Vanuit Dambulla rijden we in verder naar de stad Kandy, waar we de komende nacht in het Suisse hotel verblijven. Het hotel ligt centraal, vlakbij het centrum en aan Kandy Lake. Kandy is een levendig stadje en een stuk drukker dan alle andere plaatsen die we tot nog toe hebben gezien. Helaas hebben we weinig tijd om Kandy en omgeving te verkennen.

We besluiten om ’s avonds in het centrum een hapje te gaan eten en wandelen uiteindelijk rondom het meer, dat een omtrek van 3 kilometer heeft, terug naar het hotel. Ook vanavond gaan we bijtijds naar bed, morgen staat er een actieve dag op het programma.

Kandy – Knuckles Mountain Range

Om 07.00 uur vertrekken we vanuit het Suisse hotel, het verkeer is een chaos! Toch rijden we vrij snel de stad uit. De rit is prachtig, we rijden steeds verder de bergen in en na ongeveer 1,5 uur arriveren we in het dorpje Hunnasgiriya Village, waar we overstappen op een jeep. We maken een avontuurlijke rit over een slechte, hobbelige weg. We arriveren bij het Knuckles Information Centre waar we een entreebewijs kopen en vervolgen de reis naar het Shanthi Uyuna hotel. Knuckles Mountain Range is ontzettend groen en nog zo onontdekt. Het hotel heeft een geweldige ligging, zo’n 1000 meter boven zeeniveau. Vanaf je balkon of terras heb je een prachtig uitzicht over het groene landschap!

We hebben ongeveer een uurtje om ons op te frissen voor onze trekking van 16 kilometer begint. Onze gids heet Lawrence, hij is een ervaren trekker en zal ons vandaag de mooiste plekjes van Knuckles Mountain Range laten zien! Lawrence spreekt beperkt Engels maar is erg vriendelijk en doet ontzettend zijn best, we hebben meteen een klik.

Raadzaam is om tijdens de trekking een regenjas of klein parapluutje mee te nemen, want het weer is erg onvoorspelbaar. Op advies van Ariy trekken we een lange broek en hoge sokken aan tegen bloedzuigers en andere insecten. Daarnaast sprayt Laurens onze schoenen ook nog even extra in tegen deze vervelende beestjes.

Het landschap tijdens de trekking is erg afwisselend. We wandelen langs theevelden, rijstvelden en verschillende watervallen waarvan we er ook één beklimmen. Onderweg komen we verschillende diersoorten tegen waaronder apen, geitjes, buffels, vogels en een slang! We naderen een dorpje waar locals aan het werk zijn en worden door iedereen vriendelijk begroet. Lawrence begint meteen te stralen als we een vriend van hem tegenkomen, die ons vervolgens uitnodigt op de thee. Dit aanbod slaan we natuurlijk niet af! We hadden geen beter moment kunnen uitkiezen, zodra we bij het huis van deze vriendelijke meneer en zijn vrouw betreden begint het keihard te regenen. We worden verwend met koekjes, bananen en thee. De mensen in Sri Lanka zijn zo gastvrij en puur!

We wandelen verder en onderweg maken we een stop bij een waterval, waar we lunchen en tijd hebben om ons op te frissen. Lawrence heeft voor ons en zichzelf een lunchpakketje meegebracht; een sandwich met kip, een banaantje, koffie en een flesje water. In totaal duurt de trekking ongeveer 5,5 uur, maar volgens Lawrence hebben we dan ook flink doorgewandeld. Aan het einde van de middag arriveren we weer bij het hotel. De rest van de dag hebben we tijd om te relaxen, dat is fijn want onze benen zijn aardig vermoeid.

’s Avonds dineren we in het hotel, we hebben het restaurant voor onszelf en genieten van heerlijke kip met groente en rijst. Ik denk dat we voor 6 personen rijst hebben gegeten, maar dat hadden we ook nodig na zo’n trekking!

01 03

Knuckles Mountain Range – Nuwara Eliya

Om 08.00 uur verlaten we Knuckles Mountain Range en rijden we per jeep terug naar Hunnasgiriya Village. We vervolgen de reis naar Nuwara Eliya, dat bekend staat om haar theevelden. Nuwara Eliya ligt hoog in de bergen, zo’n 1890 meter boven zeeniveau. Het is hier dan ook een stuk koeler.

Nuwara Eliya wordt ook wel ‘klein Engeland’ genoemd vanwege de vele koloniale, typisch Engelse herenhuizen. Het plaatsje werd door een Engelsman gesticht tijdens de Britse koloniale periode in de 19e eeuw.

Onderweg naar Nuwara Eliya maken we een stop bij theefabriek Glenloch, waar we een uitgebreide rondleiding krijgen. Veel bekende merken (zoals Lipton) halen hier hun thee vandaan. Onze gids spreekt goed Engels en de rondleiding is gratis, maar een fooi in de fooienpot wordt natuurlijk wel gewaardeerd. We krijgen een gedetailleerde uitleg en zien welke 6 stappen doorlopen worden voordat uiteindelijk thee geproduceerd wordt.

Na de rondleiding nemen we plaats in het restaurant, waar we een mooi uitzicht hebben over de theeplantages en de theeplukkers die aan het werk zijn. We proeven vier verschillende soorten thee en besluiten onze favoriet mee te nemen voor het thuisfront.

Rond 15.00 uur arriveren we in hotel Heaven Seven in Nuwara Eliya. Op dat moment regent het pijpenstelen dus we wachten even voordat we naar het centrum lopen. Uiteindelijk besluiten we toch maar een tuk tuk te pakken, het centrum ligt op zo’n 2 kilometer van het hotel. Het is een klein en levendig centrum, we vinden het wel grappig en apart om die Engelse invloeden terug te zien in Azië. Na het eten wandelen we nog een lokale markt over, drinken een biertje in een typisch Engelse Pub en besluiten daarna terug te keren naar het hotel.

Horton Plains – Nuwara Eliya – Ella

Vandaag staat de wekker op 04.00 uur. Nadat we ons ontbijtpakketje hebben opgehaald bij de receptie, vertrekken we per jeep naar Horton Plains Nationaal Park. Dit is een natuurreservaat dat op een plateau van zo’n 2.100 meter hoogte ligt.

Vanuit Nuwara Eliya is het zo’n vijf kwartier rijden naar Horton Plains National Park. Rond 06.30 uur start daar onze trekking.  De wandeling is ongeveer 9 kilometer en wat ons opvalt is dat het landschap zo afwisselend is, weer totaal anders dan alle andere plekken die we tot nog toe hebben gezien. Naast de uitgestrekte graslanden vind je hier ook meertjes, watervallen en rotsen. Zo nu en dan moet je over de rotsen heen klimmen en klauteren, maar over het algemeen loop je grotendeels over zandpaden.

Hoogtepunt van het park is toch wel World’s End, waar we na ongeveer een half uur wandelen arriveren. Vanaf het houten plateau heb je een geweldig uitzicht over de vallei, dat zo’n 900 meter diep is! We zijn op dat moment de enigen bij dus we kunnen prachtige foto’s maken. Het is sowieso aan te raden om vroeg te vertrekken want vanaf 10.00 uur is de kans groot dat het park dicht trekt met mist.

Ongeveer 2,5 uur later zijn we weer terug bij het startpunt, waar Ariy ons staat op te wachten. We rijden terug naar het hotel waar we ons rustig kunnen opfrissen. Om 13.30 uur vertrekt de trein vanuit Nano Oya naar Ella. We besluiten bijtijds te vertrekken zodat we onderweg nog lunch kunnen halen bij een bakkertje in het centrum van Nuwara Eliya.

Na aankomst op het treinstation blijken de eerste, tweede- en derde klas zitplaatsen helaas te zijn gereserveerd. In de derde klas zijn nog wel twee tickets beschikbaar, maar we hebben geen garantie dat we kunnen zitten. Toch besluiten we dat we de treinreis graag willen maken.

Het is erg druk in de trein en het eerste stuk moeten we staan, maar na een half uurtje weten we twee zitplaatsen te bemachtigen. Het uitzicht is spectaculair maar we vinden het ergens wel jammer dat we geen zitplaatsen bij het raam hebben. Het is overigens wel een hele ervaring, zo tussen de locals en toeristen die geregeld uit het raam hangen om leuke foto’s te maken. Na ongeveer 3 uur komen we aan op het station van Ella waar Ariy ons staat op te wachten. Hij brengt ons naar het Ella Flower Garden Resort, een sfeervol hotelletje net buiten het centrum.

Ella

We ontbijten in het Ella Flower Garden Resort en vanuit het restaurant (en ook vanuit de kamer) hebben we een geweldig uitzicht over de bergen.

We gaan vandaag Little Adam’s Peak beklimmen. Het Ella Flower Garden Resort ligt precies aan het startpunt voor de tocht naar Little Adam’s Peak, vanaf het hotel is het ongeveer 2 kilometer lopen. Vanaf het centrum van Ella is het ongeveer 3 kilometer.

Het is een pittige wandeling zo in de hitte (ongeveer een uurtje wandelen naar de top), maar het is het dubbel en dwars waard. Het uitzicht is spectaculair! Terwijl we verkoeling zoeken onder een boom en een kokosnoot leegdrinken, genieten we van het uitzicht.

In de namiddag bezoeken we The Nine Arch Bridge. Deze indrukwekkende brug, met negen bogen, is 24 meter hoog. Over de brug loopt een spoorlijn waar je overheen mag wandelen en de leukste foto’s kunt maken. Het spoor wordt ook daadwerkelijk nog gebruikt, per dag rijden er zo’n 6 treinen overheen.

‘s Avonds gaan we eten in het centrum van Ella. Het centrum is klein maar erg gezellig, het is eigenlijk een straat met een aantal leuke barretjes en restaurants.

We besluiten om te gaan eten bij Chill, een druk bezocht restaurant en zo gezellig ingericht! We kiezen voor een lokaal gerecht, genaamd Lumprais. Dit rijstgerecht met kip en 10 verschillende curries wordt geserveerd in een bananenblad. Ooooh wat ruikt dat heerlijk en zo smaakt het ook, echt een aanrader!

Ella – Udawalawe National Park – Sinharaja

Vandaag staat er een jeepsafari in het Udawalawe National Park op het programma! Onderweg naar het park maken we een stop bij de 100 meter hoge Ravana watervallen, die op ongeveer een kwartiertje rijden van Ella liggen. Het is mogelijk om een verfrissende duik in deze waterval te nemen, maar wij besluiten na een korte fotostop door te reizen.

Na aankomst in het Udawalawe National Park kopen we een entreeticket voor 3500 Rupee per persoon. Naarmate je met meer personen een safari boekt, wordt de entree iets goedkoper.

We hebben onze eigen privé-jeep die achterin ruimte heeft voor 7 personen. Samen met Ariy en onze chauffeur gaan we het park verkennen en onderweg komen we veel olifanten tegen, ook een baby olifantje van slechts 1,5 maand oud. Zo schattig! We kunnen erg dichtbij komen en mooie foto’s maken, ze zijn totaal niet bang. Naast olifanten komen we ook veel buffels, herten en verschillende vogelsoorten tegen.

Na ongeveer 2,5 uur zijn we weer terug bij het vertrekpunt en besluiten we meteen door te rijden naar het hotel bij Sinharaja, waar we de komende nacht verblijven. Rond drie uur arriveren we bij The Blue Mapgie Lodge. Het regent op dat moment flink en de regen blijft de rest van de middag aanhouden, dus we besluiten om lekker bij het hotel te gaan lunchen. Er is ook geen dorpje of gezellig centrum in de buurt, slechts een aantal hotels. De reden dat men hier naartoe komt is ook om Sinharaja Forest Reserve te bezoeken.  We gaan bijtijds slapen, morgenochtend gaat de wekker weer vroeg.

Sinharaja Forest Reserve – Mirissa

Na een stevig ontbijt vertrekken we om 07. 00 uur naar Sinharaja Forest Reserve, dat op ongeveer 5 minuten rijden van het hotel ligt. Het park werd in 1978 werd opgericht en staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Na aankomst in het park betalen we entree, een privé-gids is bij de prijs inbegrepen. Onze gids spreekt goed Engels en vertelt onderweg over de verschillende plant- en bomensoorten die we tegenkomen. Sri Lanka telt ruim 340 verschillende boomsoorten, waarvan er 192 in het Sinharaja Forest Reserve te vinden zijn. We komen kaneelbomen tegen, peper- en vleesetende planten, verschillende insecten, apen, hagedissen en een gifgroene viper slang.

De gids wijst ons op een plant genaamd Mimosa. Dit is de meest gevoelige plant ter wereld en als je hem aanraakt dan klapt hij dicht, maar na een minuut of 5 á 10 gaat hij weer open. Ook wandelen we langs de hoogste boom die in het regenwoud staat, die is 350 jaar oud en 43 meter hoog!

Na 2 uur zijn we weer bij de ingang van het park. We nemen afscheid van de gids en reizen terug naar het hotel, waar we ons rustig kunnen opfrissen.

Daarna reizen we verder naar de zuidkust, naar het plaatsje Mirissa. We verblijven in hotel Paradise Beach Club, een gezellig en sfeervol hotel dat pal aan het strand ligt en ook een zwembad heeft, heerlijk! Aan het strand van Mirissa vind je heel veel gezellige barretjes en restaurantjes.

’s Avonds stallen veel restaurants hun vis uit op het strand en nadat je je visje hebt uitgekozen, wordt deze op de barbecue bereid. Wij dineren ‘s avonds in het hotel, het verblijf in Paradise Beach Club is op basis van halfpension. Daarna drinken we nog een drankje in een barretje op het strand waarmee we de dag afsluiten.

Mirissa – Galle – Negombo

Vandaag is helaas de laatste dag alweer aangebroken. We verlaten Mirissa en reizen via het stadje Galle terug naar Negombo.  Galle is een klein, sfeervol stadje dat makkelijk te voet te verkennen is. Deze stad staat vooral bekend vanwege het Fort, dat in de 17e eeuw werd gebouwd door de Nederlandse VOC. Binnenin het Fort staat o.a. een kerk, een Hollands kerkhof en een vuurtoren. Daarnaast vind je in het Fort gezellige restaurantjes, boetiekjes en souvenirwinkels., je kunt je hier prima een paar uur vermaken!

We verlaten Galle en reizen in ongeveer 2 uur terug naar het Royal Castle Hotel in Negombo. ’s Avonds drinken we een cocktailtje op het dakterras en genieten van de zonsondergang. We rusten wat uit en rond 02.00 uur brengt Ariy ons naar de luchthaven, waar we afscheid van elkaar nemen. Het zit er alweer op, het was een fantastische reis, ik vind Sri Lanka super!!