Rondreis Namibië, Botswana en Zimbabwe

min. leestijd

Het was oktober 2021 en de reiswereld ligt al ruim anderhalf jaar zo goed als plat. De maatregelen zorgen voor frustraties bij de mensen overal ter wereld en er even tussenuit knijpen is ook moeilijk. Het verbaasde me dan ook enorm dat ik kon vertrekken naar Afrika.

Afrika stond nog op mijn lijstje om af te vinken. De wilde dieren die je kan spotten tijdens een safari en het mooie weer tijdens de Nederlandse wintermaanden maakten het voor mij dan ook niet moeilijk om voor Afrika te kiezen, ondanks dat we nog midden in deze pandemie zaten.

De reis zou starten in Namibië. Het was een hele omschakeling: in Nederland was het rond het vriespunt toen we vertrokken, eenmaal in Namibië wisten we niet hoe snel we onze korte broek moesten aantrekken. Het begin van de reis was al gelijk bijzonder. Namibië staat bekend om de rode woestijnen met daarboven een strakblauwe lucht en een brandende zon. Een plaatje dat in de Sossusvlei heel normaal is. ’s Ochtends vroeg vertrokken we richting Dune 45, die we met veel moeite wisten te beklimmen. Het was enorm zwaar, maar de klim was het meer dan waard. Wat een prachtig uitzicht bood de top van deze duin tijdens de zonsopgang. Na een welverdiende lunch vertrokken we richting ‘Death Valley’, waar we in een rondscheurende buggy naartoe werden gebracht. Het is alsof je in de middle of nowhere beland ben met overal zandduinen om je heen en in het midden een vlakte met dode bomen.

’s Nachts sliepen we in tentjes in het wild. Ik kon het maar niet geloven dat dieren als leeuwen en hyena’s voor onze tenten langs konden lopen. Toch wel een apart idee, zeker als je ’s ochtends een wandeling maakt langs de camping en je voor je gevoel hyena’s hoort huilen in de verte. Ondanks de mogelijkheid op wilde dieren ’s nachts is het toch een vrij rustige nacht geworden. De volgende dag vervolgden wij onze weg naar Swakopmund, waar wij door de woestijn zouden scheuren met een quad. Ik heb zelf nog nooit quad gereden, maar wat is dat fantastisch zeg! Het is ook enorm bijzonder hoe de woestijn samenkomt met de prachtige zee.

Na een aantal gezellige avonden in Swakopmund vervolgden wij onz weg richting het Noorden, waar wij naar Skeleton Bay zouden gaan en de zeehondenkolonie. Ik heb nog nooit zo veel zeehonden tegelijk op één plek gezien. Ondanks onze aanwezigheid leefden de zeehonden hun eigen leven en hadden ze amper in de gaten dat wij er waren. Behalve één zeehond, die ons toch een beetje achtervolgde nadat we te dicht bij zijn terrein waren gekomen. We sloten deze dag af met de zonsondergang bij een scheepswrak in de zee, een beeld die je je alleen in piratenfilms zou kunnen voorstellen.

Halverwege onze reis was het de beurt aan Etosha National Park om haar schoonheid te laten zien aan ons. Hier heb ik misschien wel één van de meest bijzondere nachten meegemaakt van mijn leven. Overdag konden wij in een safaritruck wildlife spotten in het park. Van de ‘Big 5’ had alleen de luipaard zich goed verstopt met als hoogtepunt een groep olifanten die voor onze neus de weg overstaken. Echter het mooiste moest nog komen.

Vlakbij onze tenten was een fantastisch uitzichtpunt op een meertje, waar de hele dag door dieren kwamen drinken. Urenlang stond een groep giraffes hier te drinken en baden, die werden opgevolgd door een groep neushoorns die, zo heb ik mij laten vertellen, toch wel de baas waren in dit stuk van het park. Om het meer heen was voor toeristen een uitkijkpunt gecreëerd vanwaar ze perfect zicht hadden op de wilde dieren. Op dit uitzichtpunt stond ook een kleine tribune waar ik me urenlang heb kunnen vermaken door de neushoorns. We besloten om de hele nacht te blijven kijken, want wie weet zou er ’s nachts nog wat kunnen gebeuren. De neushoorns genoten zichtbaar van het meertje en hebben er tot diep in de nacht gestaan. Vlak voordat we in slaap vielen verlieten de neushoorns het meertje, daar waar de leeuwen al een tijdje hunkerend vanaf de zijlijn stonden te wachten tot het hun beurt was.

Na een paar uurtjes werden we alweer wakker en het eerste wat we zagen was een groep olifanten die zich had verzameld rond het meertje. Ik kan je vertellen dat er vervelendere manieren zijn om wakker te worden. Helaas moesten we na een aantal uur toch alweer vertrekken want we gingen richting Botswana. Eerst moesten wij de Caprivistrook nog door en daar gebeurde iets wat de reis zou veranderen. Vlak voor de grens met Botswana kregen wij te horen dat drie van ons positief waren getest op Corona (de test die we de avond ervoor moesten doen om de grens over te mogen). Omdat we niet precies wisten hoe of wat moesten we met de gehele groep in quarantaine totdat ons werd verteld hoe we nu verder mochten. Gelukkig duurde dit niet langer dan één nacht, maar de drie die positief waren getest moesten we achterlaten in het hotel.

Met een uitgedunde groep gingen we richting Botswana, maar omdat we een dag waren verloren gingen we meteen alweer door naar Zimbabwe. We zouden onze laatste nachten verblijven in Victoria Falls. In Victoria Falls konden we, naast het bezoeken van de prachtige watervallen natuurlijk, verschillende activiteiten doen. Zo heb ik mogen bungeejumpen boven de Zambezirivier, heb ik met krokodillen gezwommen en een vrije val gemaakt van 70 meter. Dit alles maakte de omgeving nog onwerkelijker. Bovendien werden wij bij Victoria Falls opgewacht door een groep die ons een typische Afrikaanse dans voorschotelde en onze namen hadden verwerkt in hun lied. Het was duidelijk dat deze mensen speciaal voor ons kwamen optreden.

Victoria Falls was helaas alweer het einde van onze reis door Afrika. Ik heb verschillende wilde dieren mogen zien van dichtbij (dichterbij dan je jezelf ooit hebt kunnen voorstellen) en prachtige landschappen mogen bewonderen. Afrika heeft me niet teleurgesteld. I’ll be back!