Kim op doorreis door Thailand & Laos

6min. leestijd

Daar was ik dan, in Bangkok! Eindelijk liep ik over Khao San Road.

De volgende dag ging ik op excursie naar Ayutthaya. Ayutthaya is de oude hoofdstad van Thailand, welke in 1767 in een oorlog met Birma is verwoest. Hier heb ik hele mooie tempels, ruïnes en vergezichten gezien. De tourgroep was erg leuk, de hele dag met zijn allen opgetrokken en ’s avonds na de tour hebben we met z’n allen gegeten, gedronken en gelachen. Al met al een geslaagde dag! Verder ben ik in Bangkok met een watertaxi naar Siam Square gegaan. Siam Square ligt midden in het financiële centrum van Bangkok en hier zijn heel veel grote shoppingmalls. Vanuit Siam Square ben ik met de ‘skytrain’ naar een pier gegaan aan de rand van Bangkok. Daar de ferry gepakt en zo over het water teruggegaan naar een pier dichtbij de Khao San Road. Het was mooi om de verschillen tussen deze delen van Bangkok te zien.

De dag erna ben ik naar Chiang Rai gevlogen. De plaatselijke ‘night market’ is echt  superleuk en een walhalla voor souvenirs. Vanuit Chiang Rai ben ik met een gids naar Mae Sai geweest. Hier kan je naar Myanmar oversteken, mooie plek! Ook heb ik de Gouden Driehoek gezien, het drielandenpunt tussen Myanmar, Laos en Thailand. Vroeger werd hier veel in opium (voor morfine en heroïne) gehandeld, vandaar het opium museum wat hier staat. Tijdens mijn bezoek aan de monkey cave zaten de apen meer in de kliko’s dan in de grot. Ik moest oppassen dat ze mijn rugtas niet zouden pakken!

Vanuit Chang Rai ben ik naar de grens met Laos gegaan. Eenmaal deze grens overgestoken, ben ik in een slowboat, via Pakbeng (waar ik een nacht heb geslapen) naar Luang Prabang gegaan. Wat een enorme ervaring was dat zeg! Ruim twee keer zeven uur lang op een houten bankje zitten. Gelukkig kon ik een kussentje kopen wat de pijn een klein beetje verzachtte. De hele boot zat stampvol met vooral backpackers en enkele locals. Leuke mensen, mooie uitzichten en de wind door je haar. Wat wil je nog meer?

Uiteindelijk kwam ik na twee dagen rond 17:00 uur aan in Luang Prabang. Wat een relaxte stad! Ik heb hier veel dingen gezien; de tempels op Mount Phousi, de Pak Ou grotten, prachtige watervallen en het Tak Bat ritueel, één van de hoogtepunten. Het Tak Bat ritueel is een ritueel waarbij, tijdens zonsopgang, honderden monniken in oranje gewaden langs de hoofdstraat lopen en eten aangeboden krijgen van de lokale bewoners. Met dit eten moeten ze dan de hele dag doen. Echter op sommige plaatsen langs de route verkopen de locals het eten aan toeristen, die het dan weer aan de monniken geven. Dit maakte het wat minder betoverend als ik van tevoren dacht. Maar, desalniettemin, toch wel heel mooi!

Na vier nachten Luang Prabang nam ik de minibus naar Phonsavan om de Plain of Jars (Vlakte der Kruiken) te gaan bekijken. Dit deel van Laos is tijdens de Vietnam oorlog zeer zwaar gebombardeerd door de Amerikanen met alle gevolgen van dien. Nog steeds zijn er veel niet ontplofte bommen die mensenlevens eisen. Ik heb geleerd dat Laos het land is waar het grootste aantal nog niet ontplofte bommen ter wereld ligt. Bizar…. De Plain of Jars zijn een aantal ‘velden’ vol grote stenen kruiken waarvan niemand eigenlijk weet waarvoor ze werden gebruikt. Waarschijnlijk werd een klein deel gebruikt om voedsel en drinken in op te slaan en een groot deel als soort van grafsteen. Eronder werd de overledene begraven en erin ging dan Laolao (whiskey) en eten voor het volgende leven. Erg mooi, maar het is wel ver omreizen.

Na deze ervaring ben ik richting Vang Vieng gegaan. Het was hier warm en het ‘tuben’ was een welkome verfrissing! Bij ‘tuben’ drijf je met een tube (grote binnenband) langs barretjes aan de rivier. Bij de eerste bar stond bier en cola en was er een hoge katrol aan een kabelbaan waarvandaan je het water in kon springen. Bij de tweede bar hadden ze emmers (buckets) met gin-tonic en bij de derde bar stonden nog meer emmers met gin-tonic. Een tikkie aangeschoten ben ik met een tuktuk teruggegaan naar het hotel.

De volgende dag ben ik naar Vientiane gegaan. Ik had hier een auto met chauffeur en ben samen met hem langs de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad gereden, zoals de  de Pha That Luang tempel, de Arc de Triomph en het Boeddha Park. Morgen begint mijn avontuur naar het zuiden van het land!

’s Ochtends ben ik vroeg per minibus in één keer naar het Khammouan National Park gereden, een mooi natuurgebied ten zuidoosten van Vientiane. Hier ben ik twee nachten gebleven. Het is de perfecte uitvalsbasis voor een bezoek aan de Kong Lor grot. Dit is een acht kilometer lange grot, als het ware een soort tunnel waar je doorheen kunt varen. Eerst moest ik anderhalf uur op een ‘longtailboot’ over een heel ondiep riviertje, dit betekende af en toe uitstappen om de boot te duwen. Aangekomen bij de grot een potje ‘petanque’ (jeux de boules) gespeeld tegen bloedfanatieke Laotianen en vervolgens overgestapt in een andere boot om de grot in te varen. Ook hier moest ik in het pikkedonker een aantal keer uit de boot om te duwen. Gelukkig had de gids een mooie zaklamp mee zodat we nog een klein beetje zagen. In het midden van de grot was een deel verlicht, hier waren allemaal stalactieten. Aan het eind van de middag kwam ik, een hele ervaring rijker, terug bij de bungalow.

De volgende stop was Savannakhet, een klein provinciestadje met Franse koloniale invloeden. Hier sliep ik maar één nacht. Ik heb een Laotiaans bruiloftsfeest meegemaakt, met heel veel herrie en Laolao whiskey.

Vanuit Savannakhet reed ik steeds verder naar het zuiden, naar Champasak. Om hier te komen moest ik met de bus op de ferry naar de overkant van de Mekong. De ferry hier is een oude, kleine, houten plaat waar we met acht bussen en auto’s op stonden. Spannend! Eenmaal in Champasak kon ik vanuit mijn bungalow genieten van een prachtig uitzicht op de Mekong.

De volgende dag weer verder zuidwaarts, naar Si Pan Don, het gebied van 4000 eilanden. Dit ligt in het uiterste zuiden van Laos, aan de grens met Cambodja. De eerste nacht sliep ik op Don Khong eiland, relaxed met veel backpackers. Ik had een drijvende bungalow op de Mekong! Echt de beste locatie die je kunt indenken. Er is op het eiland alleen ’s avonds elektriciteit, dus back to basic. Op Don Khon heb ik een fiets gehuurd en rondgereden. Er ligt daar een oude Franse stoomlocomotief en er zijn de Liphi watervallen. Locals denken dat deze watervallen geesten gevangen houden, Liphi betekent dan ook toepasselijk ‘spirit trap’. De volgende ochtend vertrok ik om 06:00 uur met de enige truck op het hele eiland, op zoek naar de zeldzame Irawaddy dolfijnen die inmiddels bijna uitgestorven zijn. De Cambodjanen vinden het namelijk nodig om met bommen te vissen, en daardoor gaan veel dolfijnen dood. Gelukkig heb ik ze wel gezien!! Het was een klein stukje varen naar de Cambodjaanse grens. Voor een klein bedrag mocht ik op een eiland genieten van de dolfijnen die af en toe boven kwamen om adem te halen. Rond 8:30 uur ging ik naar het volgende eiland: Don Khong, het grootste eiland van Si Phan Don. Weinig toeristen en lekker heet (43 graden).

De volgende ochtend vroeg ging ik door naar Pakse, waar ik in een heus paleis sliep! Het paleis van een vroegere koning wel te verstaan. Super luxe, airco, tv en een kingsize bed. Mijn laatste Laotiaanse avontuur was twee nachten op het Bolaven plateau. Dit gebied staat vooral bekend om zijn koffieplantages. Heerlijke Arabica koffie wordt hier vers verbouwd. Ook heb ik een flinke, mooie wandeling gemaakt. Steile afdalingen, hoog klimmen, maar het was het waard! Het was hier overigens best fris, vooral ‘s avonds. Voor het eerst mijn lange broek en schoenen uit de tas opgediept. Tevens ook de eerste tropische bui gehad, het was een flinke! Gelukkig schijnt hier meestal de zon.

Er staat één ding centraal in Laos: voor niets gaat de zon op. Je moet werkelijk voor ALLES betalen. Wil je onder een brug door? 9000 Kip. Waterval bekijken? 10.000 Kip. Tempeltje? 10.000 Kip. Allemaal kleine bedragen gelukkig, maar ze weten wel hoe ze geld kunnen verdienen aan ‘falang’ (toeristen). Nu op naar het volgende avontuur: ik vlieg naar Siem Reap in Cambodja om Angkor Wat te bezoeken.