Het prachtige onontdekte zuiden van Laos

8min. leestijd

Naar Laos

Vanuit Chang Rai zijn we bij grens afgezet. In Laos hebben we de ‘slowboat’ genomen, die via Pakbeng (nacht slapen) naar Luang Prabang gaat. Wat een enorme ervaring was dat! Je zit op houten bankjes, en dat 2 x ruim 7 uur lang! Gelukkig konden we een kussentje kopen wat de pijn een klein beetje verzachtte. De hele boot zat stampvol met vooral backpackers en enkele locals. Uiteindelijk waren er zoveel mensen dat er 2 volle boten vanuit Huay Xai vertrokken. Onderweg veel leuke mensen ontmoet en genoten van de mooie uitzichten met de wind door onze haren.

Luang Prabang

Uiteindelijk kwamen we na 2 dagen rond 17.00 in Luang Prabang aan. Wat een relaxte stad! We hebben veel dingen gezien (o.a. tempels op Mount Phousi, de Pak Ou grotten en geweldige watervallen!). Een van de hoogtepunten is het Tak Bat ritueel, waar bij zonsopgang honderden monniken in oranje gewaden langs de hoofdstraat lopen en eten aangeboden krijgen van de lokale bewoners. Met dit eten moeten ze dan de hele dag doen. Echter op sommige plaatsen langs de route verkopen de locals het eten aan toeristen, die het dan weer aan de monniken geven. Dit maakte het wat minder betoverend als we van tevoren dachten. Toch nog heel mooi!

Phonsovan

Na 4 nachten Luang Prabang namen de we minibus naar Phonsavan, voor de Plain of Jars (Vlakte der Kruiken). Dit deel van Laos is tijdens de Vietnam oorlog zeer zwaar gebombardeerd door de Amerikanen met alle gevolgen van dien. Nog steeds zijn er veel niet ontplofte bommen die mensenlevens eisen. We hebben geleerd dat Laos het land is waar het grootste aantal nog niet ontplofte bommen ter wereld ligt. Bizar…. De Plain of Jars zijn een aantal ‘velden’ vol grote stenen kruiken waarvan niemand eigenlijk weet waarvoor ze werden gebruikt. Waarschijnlijk werd een klein deel gebruikt om voedsel en drinken in op te slaan en een groot deel als soort van grafsteen. Eronder werd de overledene begraven en erin ging dan Laolao (whiskey) en eten voor het volgende leven. Erg mooi, maar het is wel ver omreizen.

Vang Vieng

Na 2 nachten Phonsavan hadden we met 7 mensen een minibus gecharterd richting Vang Vieng. Inmiddels voelde Kim zich niet helemaal prima, Indian food waarschijnlijk… Onze tijd in Vang Vieng hebben we dan ook voornamelijk gebruikt om bij te komen. Maar het TUBEN moest natuurlijk wel gebeuren! Hier drijf je met een tube (grote binnenband) langs barretjes aan de rivier. Eerste bar; bier en cola en een hoog katrol aan een kabelbaan waarvandaan je het water in kon springen. Meiden zweefden als ware Janes met een grote plons de rivier in. Tweede bar; emmers (buckets) met gin-tonic. Je maakt steeds meer vrienden. Derde bar; meer gin-tonic buckets, meer LaoLao shots en steeds meer vrienden. Uiteindelijk in het schemerdonker de rivier weer in geplonsd richting Vang Vieng (niet erg verantwoord). Langs de rivier zagen we gelukkig een lampje van een tuk-tuk, deze heeft ons teruggebracht naar het hotel.

Vientiane 

Na 4 nachten Vang Vieng zijn we richting Vientiane gereisd. Meteen even langs het kantoor van de Laos agent van OutSight gegaan. Wat een vriendelijke man! Voor vandaag had hij een auto met chauffeur ter beschikking gesteld, de leuke chauffeur heeft ons langs alle belangrijkste bezienswaardigheden van de stad gereden (o.a. de Pha That Luang tempel en de Arc de Triomph in de stad en het Boeddha Park iets buiten Vientiane). Morgen begint ons avontuur naar het zuiden van het land.

Khammouan National Park 

’s Ochtends vroeg per minibus met Engels sprekende gids in 1 keer naar het Khammouan National Park gereden, een mooi natuurgebied ten zuidoosten van Vientiane. Hier zijn we 2 nachten gebleven. Het is de perfecte uitvalsbasis voor een bezoek aan de Kong Lor grot. Dit is een 8 kilometer lange grot, als het ware een soort tunnel waar je doorheen kunt varen. Eerst moesten we 1,5 uur op een ‘longtailboot’ over een heel ondiep riviertje, dit betekende af en toe uitstappen om de boot te duwen. Aangekomen bij de grot een potje ‘petanque’ (jeux de boules) gespeeld tegen bloedfanatieke Laotianen en vervolgens overgestapt in een andere boot om de grot in te varen. Ook hier moesten we in het pikkedonker een aantal keer uit de boot om te duwen. Gelukkig had onze gids een mooie zaklamp mee zodat we nog een klein beetje zagen. In het midden van de grot was een deel verlicht, hier waren allemaal stalactieten. Aan het eind van de middag kwamen we een hele ervaring rijker terug bij onze bungalow.

Savannakhet-Champasak

De volgende stop was Savannakhet, een klein provinciestadje met Franse koloniale invloeden. Hier sliepen we er maar 1 nacht. We hebben wel een Laotiaans bruiloftsfeest meegemaakt, met heel veel herrie en Laolao whiskey. Vanuit Savannakhet reden we steeds verder naar het zuiden, naar Champasak. Om hier te komen moesten we met de bus op de ferry naar de overkant van de Mekong. De ferry hier is een oude, kleine, houten plaat waar we met 8 bussen en auto’s op stonden. Spannend! In Champasak konden we vanuit onze bungalow genieten van uitzicht op de Mekong.

Si Pan Don 

De volgende dag weer verder zuidwaarts, naar Si Pan Don, het gebied van 4000 eilanden. Dit ligt in het uiterste zuiden van Laos, aan de grens met Cambodja. De eerste nacht sliepen we op Don Khon eiland, relaxed met veel backpackers. We hadden een drijvende bungalow op de Mekong! Echt de beste locatie die je kunt indenken. Er is op het eiland alleen ’s avonds elektriciteit, back to basic. Op Don Khon hebben we een fiets gehuurd en rondgereden. Er ligt daar een oude Franse stoomlocomotief en er zijn de Liphi watervallen. Locals denken dat deze watervallen geesten gevangen houden, Liphi betekent dan ook toepasselijk ‘spirit trap’. De volgende ochtend vertrokken we om 6 uur met de enige truck op het hele eiland, we gingen op zoek naar de zeldzame Irawaddy dolfijnen die inmiddels bijna uitgestorven zijn. De Cambodjanen vinden het namelijk nodig om met bommen te vissen, en daardoor gaan veel dolfijnen dood. Gelukkig hebben we ze wel gezien!! Het was een klein stukje varen naar de Cambodjaanse grens. Voor 1 Usd p.p. mochten we op een eiland genieten van de dolfijnen die af en toe boven kwamen om adem te halen. Rond 8.30 uur gingen we naar het volgende eiland: Don Kong, het grootste eiland van Si Pan Don. Weinig toeristen, heel heet (43 graden) en veel lokaal leven gezien.

Pakse & Bolaven plateau

De volgende ochtend vroeg door naar Pakse waar we in een heus paleis sliepen! Het paleis van een vroegere koning wel te verstaan. Super luxe, airco, tv en een kingsize bed. Ons laatste Laotiaanse avontuur was 2 nachten op het Bolaven plateau. Dit gebied staat vooral bekend om zijn koffieplantages en die hebben we dan ook veel gezien! Heerlijke Arabica koffie wordt hier vers verbouwd. Ook hebben we vanuit onze mooie bungalow een flinke wandeling gemaakt. Steile afdalingen, nog steilere klimmen, maar het was het waard. Het was hier koud ’s avonds! Voor het eerst de lange broek en schoenen uit de tas opgediept. Tevens de eerste tropische bui gehad, het was een flinke! Gelukkig schijnt meestal de zon!

Er staat 1 ding centraal in Laos: voor niets gaat de zon op. Je moet werkelijk voor ALLES betalen. Wil je onder een brug door? 9000 Kip. Waterval bekijken? 10.000 Kip. Tempeltje? 10.000 Kip. Allemaal kleine bedragen gelukkig (10.000 Kip is 1 Euro), maar ze weten wel hoe ze geld kunnen verdienen aan ‘falang’ (toeristen). Nu op naar het volgende avontuur: we vliegen naar Siem Reap in Cambodja om Angkor Wat te bezoeken, 1 van de 7 Wereldwonderen.